site stats

Kennis en expertise over leren, opleiden en professionaliseren van docenten

Academische opleidingsschool VO

Samenvatting

Dit traject heeft als doel de opleidings-  en onderzoeksfunctie van scholen te optimaliseren.

Het betreft een gezamenlijk initiatief van vier scholen en instituten voor lerarenopleidingen in het westen van het land. Docenten ontwikkelen onderzoeks- en implementatiecompetenties op zodanige wijze dat wordt bijgedragen aan schoolontwikkeling. Het leertraject biedt voor zittende docenten mogelijkheden om zich te verdiepen in hun onderwijspraktijk en deze te verbeteren.

(Onderzoeks)opzet

 

Het traject duurt twee jaar en is recentelijk verlengt met een jaar om de opleidings- en onderzoeksfunctie verder te integreren.

In de eerste twee jaar hebben docenten individueel of samen een onderzoeksproject uitgevoerd. In deze projecten werden drie fasen onderscheiden; voorbereiding, pilot en verdieping. In de eerste fase zijn de docenten gestart met het formuleren van de onderzoeksvragen en het uitwerken van een onderzoeksplan. In de tweede fase hebben de docenten een vooronderzoek uitgevoerd om de vraagstelling verder aan te scherpen en dataverzamelingsinstrumenten te ontwikkelen. Ook werd in deze fase aandacht gegeven aan de implementatie/inbedding van het onderzoek in de school. In de derde en laatste fase stond de analyse en rapportage over de onderzoeksbevindingen centraal. De docenten werden gedurende deze fasen begeleid door onderzoekers van de universiteit en hogeschool.

De begeleiding bestond uit in eerste instantie uit bijeenkomsten in een grotere werkgroep (alle docenten van twee scholen): ongeveer eens per twee maanden (bij de start vaker). In de loop van het traject werd de begeleiding meer toegespitst per school en was met name gericht op de vorderingen van de docenten met hun onderzoek. Ook werden methodologische workshops georganiseerd. Daarnaast werd door de begeleiders steeds meer maatwerk geleverd door (per e-mail) feedback te geven op tussentijdse producten.

Drie keer gedurende het traject is een mini-conferentie gehouden waarop alle betrokken docenten hun onderzoek gepresenteerd hebben aan een breed publiek in een academische setting.

 

Opbrengsten

 

Opbrengsten voor docenten
In de interviews noemen de docenten verschillende opbrengsten naar aanleiding van hun deelname aan het traject. Ze hebben nieuwe onderzoeksvaardigheden geleerd, zoals het opzetten van onderzoek, het gebruik van instrumenten, statistische bewerkingen, rapportage, presenteren. Anderen geven aan dat zij deze vaardigheden met name hebben opgefrist. Een aantal docenten geeft aan door onderzoek te doen kritischer te zijn geworden ten aanzien van collega's, leerlingen en ook de eigen lespraktijk. Ook zijn ze enthousiaster geworden in hun werk. Een klein aantal geeft aan dat ze de vaardigheden die ze door het traject hebben geleerd ook toepassen in hun eigen praktijk (bijvoorbeeld eigen presentatievaardigheden gebruiken bij voorbereiden van leerlingen voor het geven van presentaties).

Opbrengsten voor scholen
Bij alle scholen lijkt er nog weinig resultaat op schoolniveau te zijn. Enkele docenten noemen in dit verband het toegenomen enthousiasme van leidinggevenden en interesse van enkele collega's.

 

Randvoorwaarden

 

In de interviews werden door de docenten verschillende voorwaarden genoemd die volgens hen bijdragen aan het succes van het traject. Deze genoemde voorwaarden zijn hieronder kort samengevat.

Motivatie
Motivatie wordt door de docenten op verschillende manieren als een belangrijke voorwaarde gezien. Interesse en nieuwsgierigheid voor het onderwerp van onderzoek en een kritische blik naar de eigen praktijk en het eigen functioneren zijn hier vormen van. Tevens noemen de docenten dat zij het als motiverend ervaren om hun rol als docent verder uit te breiden om op die manier de kwaliteit van hun onderwijs te verhogen.

Autonomie
Voor docenten is het belangrijk om onderzoek te kunnen doen naar een onderwerp van eigen keuze. Op deze manier kan namelijk een onderwerp gekozen worden welke dicht bij de eigen praktijk ligt.

Vanuit de schoolleiding kan deze autonomie voor docenten ook vormgegeven worden binnen vastgestelde kaders zodat de onderzoeken ook bijdragen aan schoolontwikkeling.

Tijd
Alle docenten noemen tijd als een belangrijke voorwaarde voor het succes van het traject. Deze randvoorwaarde kan op verschillende manieren vorm krijgen.

- Docenten moeten tijd krijgen uitgedrukt in uren, waarbij de hoeveelheid van 160 uur per jaar als een minimum genoemd wordt.

- De tijd die docenten hebben voor hun onderzoek moet herkenbaar in de rooster zijn opgenomen en niet versnipperd zijn over de week.

- Tijd voor onderzoek moet vallen binnen de aanstellingsomvang van de deelnemende docenten.

- De roosters van docenten moeten zodanig op elkaar zijn afgestemd dat ze regelmatig bij elkaar kunnen komen om ervaringen uit te wisselen en elkaar feedback te geven.

Steunende cultuur
Interesse en feedback van collega's en schoolleiding wordt genoemd als een belangrijke randvoorwaarde. Volgens de geïnterviewde docenten is er met name weinig interesse van collega's voor hun onderzoeksprojecten. Ze geven aan het meer stimulerend te vinden als collega's ook eens naar de voortgang van hun onderzoek zouden vragen.

Zichtbaarheid
Voor de docentonderzoekers zou het motiverend zijn wanneer op geregelde momenten en op diverse manieren collega's geïnformeerd zouden worden over het onderwerp en de voortgang van hun onderzoek en mogelijke implicaties voor het onderwijs.

Relevantie
Het onderwerp van onderzoek moet relevantie hebben voor de praktijk om motiverend zijn voor de docentonderzoekers.

Samenwerking
De docentonderzoekers noemen de samenwerking met collega's aan een onderzoek als motiverend, stimulerend, enthousiasmerend en leerzaam.

Begeleiding
Er is verschil in behoefte aan sturing tussen de verschillende docentonderzoekers. Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat begeleiding vanuit onderzoeksinstituten afgestemd moet zijn op de begeleidingsbehoefte en bestaande onderzoekscompetenties van de deelnemende docenten en van academisch niveau moet zijn. Een gedegen peiling van de beginsituatie van de school lijkt in dit verband dan ook van groot belang. Daarnaast is het belangrijk dat de verwachtingen worden uitgesproken naar elkaar op de diverse niveaus.

Publiceren
De mogelijkheid tot het publiceren van de onderzoeksresultaten kan stimulerend werken, mits duidelijk is voor wie of voor welke instantie gepubliceerd wordt.

Financiering
Dit project kan niet bestaan zonder subsidie. Zelfs met subsidie is het nog lastig te realiseren vanwege de hoge werkdruk van docenten door het toenemende personeelstekort.

 

Copyright © 2008
Expertisecentrum Leren van Docenten
Postbus 905, 2300 AX Leiden