site stats

Kennis en expertise over leren, opleiden en professionaliseren van docenten

Voorbeeld van een academische basisschool: leermogelijkheden en complexiteit van implementatie

Samenvatting

Dit project van een academische basisschool bestaat uit een samenwerking tussen een hogeschool en drie basisscholen, waarbij leraren van de school en studenten van de PABO die op die school stagelopen gezamenlijk onderzoek doen.Het onderzoek wordt begeleid door het lectoraat van de hogeschool.

Door middel van interviews bij de schoolleiding, leraren en studenten is informatie verzameld over de opzet, opbrengsten en randvoorwaarden van dit project. Het blijkt dat de studenten (leraren in opleiding) veel van het project hebben geleerd, maar dat er voor de school, de leraren of de leerlingen weinig opbrengsten waren. Het onderzoek werd uiteindelijk alleen door de studenten uitgevoerd. Het overzicht aan noodzakelijke randvoorwaarden duiden erop dat de doelstellingen en de achterliggende visie van het project onvoldoende werden gedeeld door de betrokken en te weinig zijn doordacht.

 

(Onderzoeks)opzet

 

Opzet
De studenten lopen stage op de school en doen samen met de leraren een praktijkgericht onderzoek naar een vraag van de school. De onderwerpen hebben betrekking op (omgaan met) leer- en gedragsproblemen bij kinderen. Studenten en de leraren van de school werden op de volgende manier voorbereid op en begeleid in het doen van onderzoek:

-Leraren en studenten worden bij het uitvoeren van hun onderzoek begeleid vanuit het lectoraat van de Hogeschool.

-De studenten nemen deel aan de minor 'Onderzoek van Onderwijs' van de Hogeschool, dat zich richt op het leren begrijpen van, omgaan met en reflecteren op onderzoek van onderwijs. Tevens nemen de studenten deel aan de minor 'Zorg', dat zich richt op een theoretische verdieping in gedrags- en leerstoornissen bij basisschoolleerlingen.

Realisering
In de oorspronkelijke opzet zouden onderzoeksteams worden geformeerd met daarin 3 ervaren leraren en 3 (PABO)studenten. Bij de start van het project doen alleen vier studenten mee (beschikbare tijd: 47 studiepunten, wat gelijk is aan 165 dagen). De leraren waren er niet bij betrokken want zij werden niet gefaciliteerd in tijd.

 

Opbrengsten

 

Studenten:
Het project blijkt veel te hebben opgeleverd voor de betrokken studenten. Zij geven aan onderzoeksvaardigheden, een kritische en leergierige basishouding en analytisch vermogen te hebben ontwikkeld. Tevens hebben studenten meer inzicht in de functie van onderzoek in de school en in de mogelijkheden die er in de school zijn om onderzoek te doen. Daarnaast geven studenten aan kennis te hebben van het onderwerp van onderzoek (alle onderwerpen betroffen (omgaan met) leer- en gedragsproblemen bij kinderen). Deze kennis heeft ertoe geleid dat studenten vanuit een theoretisch perspectief naar het gedrag van kinderen kijken en het gedrag beter kunnen begrijpen en verklaren. Bovendien hebben studenten, nu zij meer kennis hebben van leer- en gedragsproblemen, meer interesse in het gedrag van kinderen. Ten slotte geven studenten aan communicatievaardigheden te hebben ontwikkeld.

School, leraren en leerlingen:
In de interviews aan het eind van het project geven leraren en de schoolleiding aan dat zij tot nu toe weinig geleerd hebben van het project en dat ze nog weinig resultaat staan in de school en bij leerlingen. Ze verwachten wel dat dit zal gebeuren wanneer de studenten komen met hun eindverslag en met hun adviezen. Na afloop van het onderzoek blijkt echter dat er in de scholen weinig is gedaan met de resultaten van het onderzoek.

Bij de in de oorspronkelijke opzet betrokken leraren is volgens leraren en studenten nu wel meer kennis over wat onderzoek inhoudt, hoe een onderzoeksproject vorm gegeven moet worden en hoe onderzoek in de school gefaciliteerd moet worden.

Bij de leraren die niet betrokken zijn bij het project is volgens alle geïnterviewden geen resultaat van het project. Het project heeft dus een sterk geïsoleerd karakter in de school gekregen.

 

Randvoorwaarden

 

In geval van dit project is de oorspronkelijke opzet niet gerealiseerd. Het traject is daardoor minder succesvol dan het had kunnen zijn (alleen studenten hebben veel geleerd) en de doelstellingen van de academische basisschool zijn onvoldoende gehaald. Hieronder volgt een opsomming van een aantal noodzakelijke randvoorwaarden die het project succesvoller kunnen maken.

Deze randvoorwaarden lijken op het eerste oog vanzelfsprekend te zijn. De vraag is dan  waarom er aan deze randvoorwaarden niet is voldaan. Een mogelijk antwoord zou kunnen zijn dat de oorspronkelijke doelstellingen en visie van het project onvoldoende of op verschillende manieren werden onderschreven door de schoolleiding en docenten. Ook lijken er andere belangen te hebben gespeeld. Volgens een van de directeuren was de relevantie voor de school onvoldoende duidelijk. Van belang was wel dat het project geld genereerde voor de school, doordat de docenten nauwelijks werden ingezet in het project. Tevens is de school, volgens een van de docenten, ingericht op lesgeven aan leerlingen en het begeleiden van leraren-in-opleiding, en (nog) niet op het doen van onderzoek in de school. Meer in zijn algemeenheid leek het te ontbreken aan voldoende concreet inzicht in de potentie van het idee van de academische basisschool.

Randvoorwaarden
Als gevolg hiervan lijken de implicaties van het project voor de organisatie en de leraren te weinig doordacht, zoals de volgende opsomming van door de betrokkenen genoemde noodzakelijke randvoorwaarden laat zien:

Communicatie
Duidelijkheid in rollen en taken, tijd, planning, verwachtingen over het einddoel en richtlijnen voor het werk zijn noodzakelijk voor de betrokkenheid van de leraren en de motivatie van leraren. Er moet bij leraren een duidelijk beeld zijn van het project, zodat zij kunnen meepraten over en mee vormgeven aan het project. Daarmee is de kans van slagen in de school groter.

Samenwerking
Samenwerken in een team wordt genoemd als een voorwaarde voor het slagen van het project, omdat samenwerking leidt tot enthousiasme en motivatie, steun en wederkerigheid, effectiever werken en een groter leereffect door het delen van kennis en visies. Bij samenwerking zal het project bovendien meer leven in de school.

Zelfde doelen nastreven
Het is belangrijk dat alle betrokkenen dezelfde doelen nastreven met het project. Het vastleggen van de doelen in een projectplan wordt door de stuurgroep aangegeven als belangrijke stap in het creëren van gezamenlijkheid in doelen. Leraren, studenten en schoolleiding geven aan dat het belangrijk is dat zij goed geïnformeerd worden over de doelen van het project, zodat zij kunnen meedenken over de vormgeving van het project.

Praktijkgerichtheid
De mate van praktijkgerichtheid van het onderzoek is een voorwaarde voor het enthousiasme van leerkrachten. Wanneer het onderzoek praktijkgericht is en kennis kan worden toegepast in de praktijk, leidt dat tot ook meer motivatie bij studenten.

Interesse in het doen van onderzoek
Het lijkt belangrijk voor het slagen van het project dat de betrokkenen niet alleen geïnteresseerd zijn in de uitkomsten van het onderzoek, maar ook in het proces van onderzoek doen.

Betrokkenheid bij het project
De mate van betrokkenheid van de schoolleiding en de leraren bij het project wordt genoemd als belangrijke voorwaarde voor het slagen van het project. Enerzijds is betrokkenheid van de school belangrijk voor de motivatie van studenten. Studenten geven aan vooral behoefte te hebben aan interesse van leraren en schoolleiding in het werk dat zij doen en behoefte te hebben aan het kunnen delen van hun enthousiasme. Anderzijds geven leraren aan dat de betrokkenheid van de school belangrijk is voor het effect dat het project kan hebben in de school. Zij stellen dat het project een groter effect kan hebben in de school wanneer het project 'leeft', omdat dan kennis gedeeld kan worden tussen degenen die het onderzoek uitvoeren en geïnteresseerde leraren en schoolleiding.

Praktische onderzoeksbegeleiding
Praktische onderzoekbegeleiding, waarin gemakkelijk vragen kunnen worden gesteld en waarin onderzoeksvaardigheden worden aangeleerd, kan resulteren in minder werkdruk.

Vertrouwen
Studenten hebben behoefte aan vertrouwen van de school in hun capaciteiten. Leraren en schoolleiding erkennen dat er twijfel is in de school over de bijdrage die een student kan leveren aan de schoolontwikkeling, wat een negatief effect heeft op de mate waarin de uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt in de school. Leraren noemen als voorwaarde voor hun vertrouwen in de student, dat de studenten voor een langere tijd (langer dan een jaar) aan de school verbonden zijn.

 

Copyright © 2008
Expertisecentrum Leren van Docenten
Postbus 905, 2300 AX Leiden